1910

Geboren in 1910 te Antwerpen leefde John Storm en Theodora Mooij samen in Amsterdam.
John was hiermee de stamvader van de familie Storm – Mooij.

1910

Thea Storm, WebMaster van deze Site.

Uit dit huwelijk 8 kinderen:
1 Angelina Josefina (Angelina) *1942 Amsterdam
2 John (Junior) (John) *1944 Amsterdam
3 Maria Sarina (Ria) *1946 Amsterdam
4 Nicolaas Florencius (Nico) *1947Amsterdam
5 Petronella Christina (Nel) *1949 Amsterdam
6 Theodora Johanna (Thea) *1950 Amsterdam
7 Leonardus Marcellius (Marcel) *1951 Amsterdam
8 Martha Francisca (Martha) *1955 Amsterdam

 

Gebeurtenissen 1900- 1950

1904-kleding

Zulke kleding zou John kunne hebben gehad.

Burgerlijk-verzuilde samenleving
De ontwikkelingen hadden er ondertussen toe geleid dat Nederland duidelijk te herkennen was als natiestaat. In de periode na de Eerste Wereldoorlog werd de bestaande ontwikkeling versneld. De infrastructuur werd uitgebreid, onder meer met de Afsluitdijk en eerder al het Noordzeekanaal en de Nieuwe Waterweg. Op grote schaal vond ook een elektrificatie plaats, wat grote veranderingen tot gevolg had voor transport, massaproductie, huishoudens en communicatie. Niet alleen de bestaande, maar ook nieuwe infrastructuur ontstond met de komst van de luchtvaart. Van de in 1919 opgerichte KLM landde de eerste vlucht in 1920 op Schiphol. In de industriële sector groeiden enkele zeer grote bedrijven als Philips, Shell en Unilever. In de wetenschap en kunsten kwamen grote namen naar voren, in de wetenschap zelfs dusdanig dat dit wel de tweede Gouden Eeuw van de Nederlandse natuurwetenschap is genoemd.

Ook begon er langzaam een sociaal stelsel te ontstaan. Internationaal bleef men neutraal ondanks de toetreding tot de Volkenbond en de vestiging van het Permanent Hof van Internationale Justitie in Den Haag.

1923-kleding

En liep Doortje in deze kleding rond?

Hoewel er met de NSB en de CPN wel antiparlementaire bewegingen waren, was de parlementaire democratie tot de Tweede Wereldoorlog nooit in gevaar. Na de gespannen verhoudingen met het koningshuis in de negentiende eeuw, groeide de populariteit van de koninginnen, waarbij meetelde dat zij geen directe politieke invloed meer nastreefden.

Vooral politiek, vakbeweging, scholen, omroep, pers en jeugdbeweging waren sterk verzuild. Getracht werd ideologische tegenstellingen op te lossen met een pacificatiepolitiek, wat vooral bij levensbeschouwelijke kwesties niet altijd lukte. Aangezien de confessionelen van 1918 tot 1994 altijd deel uitmaakten van de regering, had dit de nodige invloed.

De crisis van de jaren dertig bracht na een periode van voorspoed grote werkloosheid. Het op dat moment regerende kabinet-Ruijs de Beerenbrouck III voerde een groot aantal bezuinigingsmaatregelingen en wetten door, waaronder de Tarwewet, om de crisis te doorstaan. Vrijwel alle landen rondom Nederland devalueerden hun munt, waardoor de handelspositie steeds slechter werd. Pas in 1936 werd door Colijn III alsnog besloten de gulden te devalueren. Economisch oriënteerde Nederland zich in deze tijd zeer eenzijdig op Duitsland. De invoering van het Sonderkonto bleek een strop voor Nederland. De crisis duurde in Nederland bijzonder lang, om te worden gevolgd door de Tweede Wereldoorlog. Dit zou uiteindelijk een toenemende invloed van de staat op de samenleving tot gevolg hebben.

1935-kleding

Nog wat kleding uit de jaren 1930-1940.

In deze periode ontwikkelde de nationale beweging in Nederlands-Indië zich. Leiders als Soekarno en Hatta eisten bestuur of zelfs onafhankelijkheid en werden opgepakt en naar Nieuw-Guinea verbannen.

Langzaamaan kwam rond die tijd de toestroom van uit Duitsland gevluchte Joden op gang, maar om de relatie met Duitsland niet te verstoren werd er een zeer streng toelatingsbeleid gehanteerd en werden veel Joden weer teruggestuurd. Door de wereldwijd toenemende onrust werd besloten de defensie-uitgaven te verhogen en de dienstplicht te verlengen. Nederland kon echter de meeste wapens niet zelf fabriceren en moest dus kopen. Met de oorlogsdreiging waren de meeste landen echter steeds minder scheutig om internationale wapenleveranties of doorvoer te tolereren. Nederland kon zich hierdoor niet afdoende bewapenen en bleef aansturen op volledige neutraliteit tijdens de naderende oorlog.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) gebruikte het nationaalsocialistische bestuur Nederland onder meer als wingewest om de oorlog te ondersteunen. De bezetters probeerden daarnaast de bevolking te nazificeren, terwijl ruim honderdduizend Joden — 75% van de Joodse bevolking in Nederland — werd omgebracht in vernietigingskampen. Slechts een klein deel van hen kon overleven door onder te duiken. Na een aanvankelijke gematigde benadering, verhardde de bezetting al snel, vooral na de in bezet Europa unieke Februaristaking in 1941.

Zo richtten de Duitsers concentratiekampen in en startte steeds hardere repressie en terreur. Hoewel er zowel verzetsbewegingen als collaborateurs waren, was de algemene houding er een van inschikken door vergaande aanpassing, ook wel accommodatie genoemd. Toen op 5 mei 1945 heel Nederland was bevrijd, waren niet alleen zo’n 200.000 Nederlandse burgers en militairen omgekomen, maar was veel weggeroofd of vernield.

1941-kleding

Kleding in de tweede wereld oorlog.

Door de bezetter werden veel instellingen uit de verzuiling vervangen door algemene. Maar hoewel de verschillende zuilen in het verzet samenwerkten en na de bevrijding de doorbraakgedachte heerste, keerde men al snel terug naar de verzuiling van voor de oorlog. Daarmee was de oorlog minder een breuk dan verwacht zou kunnen worden. In 1948, in het vijftigste jaar van haar regeerperiode, trad koningin Wilhelmina af ten gunste van haar dochter Juliana. Zij was vooral teleurgesteld omdat in het naoorlogse Nederland de vooroorlogse verzuilde samenleving, met bijbehorende partijpolitieke cultuur, weer terugkwam en haar macht niet de gewenste groei had kunnen doormaken. Er werd afstand gedaan van de falende neutraliteitspolitiek door lid te worden van de VN, de EG en vooral de NAVO tijdens de Koude Oorlog. Willem Drees regeerde tijdens deze periode waarin de verzorgingsstaat werd uitgebreid. Economische motieven, maar ook de spanning van de Koude Oorlog hadden een grote emigratie tot gevolg die door de overheid werd gestimuleerd. Tussen 1947 en 1963 vertrokken 409.000 mensen naar onder meer Canada, Australië, de Verenigde Staten, Zuid-Afrika en Nieuw-Zeeland.

De van 1942 tot 1945 door Japan bezette zeer rijke en winstgevende kolonie Nederlands-Indië ging na een onafhankelijkheidsstrijd (1945-1949) definitief verloren voor Nederland. Met een koloniale oorlog die in Nederland eufemistisch bekendstond als de politionele acties werd enige jaren lang geprobeerd het gezag te herstellen, waarbij de Nederlanders soms meedogenloos optraden. Zowel door de internationale druk van de Verenigde Naties en de Verenigde Staten, in het bijzonder het dreigement de Marshallhulp stop te zetten, als door de vasthoudendheid van de Indonesiërs, werd Nederland gedwongen de nieuwe situatie te aanvaarden. In 1949 erkende Nederland de Indonesische onafhankelijkheid. Een immigratiestroom van in totaal ca. 300.000 personen uit Indonesië kwam op gang, bestaande uit Molukse ex-KNIL-militairen met hun gezinnen, Nederlandse repatrianten en “Indo’s”. Hoewel oorspronkelijk gevreesd werd dat het verlies van de rijke kolonie tot economische malaise zou leiden (Indië verloren, rampspoed geboren), bleek het tegendeel het geval. Tot 1957 was de economische band met Indonesië samen met het Marshallplan nog wel van groot belang voor de wederopbouw.

Advertenties

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.